Borstreductie / Mastopexie

Borst

terug naar overzicht

Het verschijnsel van borsthypertrofie of (te) grote borsten kan verklaard worden vanuit familiale aanleg, kan ontstaan zijn tijdens de puberteit
en kan samengaan met overgewicht. Borsthypertrofie geeft niet zelden aanleiding tot persoonlijk leed, zoals schaamte en een gevoel van
verminderde eigenwaarde, maar kan ook functionele fysieke problemen veroorzaken, zoals rugpijn, huidirritatie onder de borsten, en zo meer.
Een borstverkleining biedt in dergelijke gevallen een welkome en definitieve oplossing.
Doorhangende borsten (= ‘ptose’) ontstaan vaak na een of meer zwangerschappen met of zonder borstvoeding, soms ook na belangrijk gewichtsverlies. Dit verschijnsel kan volledig losstaan van borsthypertrofie (te grote borsten).

De ingrepen om beide problemen (te grote borsten en/of doorhangende borsten) te corrigeren worden respectievelijk borstreductie (borstverkleining) en mastopexie (borstlifting) genoemd.
Zowel voor een borstreductie als voor een borstlift zijn verschillende chirurgische technieken mogelijk. Naargelang van het type borst dat u hebt, zal de ene techniek beter geschikt zijn voor u dan de andere. Uw chirurg zal dat uiteraard eerst grondig met u overleggen.
Om de tepel naar boven te verplaatsen is een littekentje rondom het tepelhof onvermijdelijk. In een enkel geval volstaat dat trouwens al om het gewenste resultaat te bekomen. Meestal echter moet de chirurg ook een hoeveelheid huid wegnemen aan de onderpool van de
borst, en dat kan hij alleen door een litteken te maken van de tepelhof naar de onderzijde van de borst. Al naargelang de hoeveelheid huid die weg moet, komt hier doorgaans nog een horizontaal litteken bij, dat redelijk goed verborgen blijft in de plooi onderaan de borst.